Kijken we niet meer dan één decennium terug, zo rond het jaar 2000, dan werden er in die tijd sporadisch wat haaitjes gevangen. Als toevalstreffer bij het vissen op platvis bijvoorbeeld. Ik weet nog goed dat ik op een nacht dat we eigenlijk op de tong aan het vissen waren, iets raars aan de haak kreeg. Tijdens het binnendraaien was het anders dan anders; de vis aan het eind van de lijn voelde helemaal niet aan als een tong en ook niet als een zeebaars. Eenmaal in het licht van de Petromax dacht ik eerst dat het een paling betrof, maar wonder boven wonder bleek het een klein haaitje. Het rare ervan was dit: het leek helemaal niet op een haai! Ja, de bouw van de vis was als een haai, maar de kleur was heel anders. Na het diertje goed te hebben gekeken bleek het om een echte hondshaai te gaan. De dag erna nam ik contact op met Peter Dohmen, want zo’n vis had ik nog nooit ‘over de vloer’ gehad en wellicht kon hij mij vertellen om wat voor soort het ging. Peter vertelde me dat het wel eens meer voorkwam dat er zo’n hondshaaitje werd gevangen, maar dan toch beslist niet elke week, dus al met al bleef het toch een bijzondere vangst. Enige tijd later ving mijn buurman tijdens een van de grote wedstrijden eveneens een haaitje, maar deze bleek al een flink stuk groter en was niet bruin gevlekt zoal mijn ‘doggy’, maar grijzig van kleur. Uiteindelijk bleek het om een gladde haai te gaan. Zoals gezegd, waren deze vangsten in die tijd best bijzonder. In de gidsen over de vissoorten van de Noordzee staat dan wel dat zowel de hondshaai als de twee variëteiten van de gladde haai (of toonhaai) in ons kustwater vrij algemeen (zouden moeten) zijn maar eigenlijk werden zelden of nooit haaitjes aan de hengel gevangen Hoe snel kan zoiets veranderen, als we kijken naar vandaag de dag.
In Zeehengelsport kon je die ontwikkeling eigenlijk op de voet volgen. Steeds vaker zag je in de rubriek Vangstbarometer haaitjes verschijnen, die als Noordzee Kanjer werden aangemeld. Het hoogtepunt lag altijd in de nazomer, vroege herfst en (in Nederland dan) kwamen die meldingen met name van zeevissers die in de Zeeuwse delta op tong aan het vissen waren. In de loop der tijd heeft Zeehengelsport ons de nodige achtergrondinformatie over de biologie van deze haaitjes en de verspreiding gegeven. Nu weten we dat het met name gaat om gevlekte gladde haaien en ‘gewone’ gladde haaien, met zo af en toe een hondshaaitje tussendoor en (nog steeds wat zeldzamer) ook een enkele juveniele (= jonge) ruwe haai.
 

De vangstmelding van een haaitje is dus helemaal zo bijzonder niet meer, sterker nog: sinds een jaar of drie kunnen we er gericht op vissen. Natuurlijk moet je enkele zaken in het oog houden, voor je aan zo’n haaienexpeditie begint. Je kunt niet eenvoudig overal in Nederland of België aan het strand gaan staan en daar even een haaitje vangen. Je moet de juiste stekken weten en -heel belangrijk- ervoor zorgen dat je er op het juiste tijdstip aan het vissen bent. En vanzelfsprekend moet je dan ook nog weten hoe je het doet.
 
Tijd en tij
De tijd waarin de haaitjes in ons kustwater verschijnen, is elk jaar wat verschillend, maar je kunt wel zeggen dat de eerste haaitjes zo vanaf eind mei worden gevangen, dat de piek van de vangsten ligt rond augustus/september en dat half oktober, afhankelijk van de weersomstandigheden, de haaitjes weer vertrokken lijken. Wordt het in oktober al snel veel kouder en neemt ook de watertemperatuur snel af, dan zal het haaienseizoen beslist snel over zijn. Maar het kan natuurlijk ook andersom. Ik weet nog dat de haaitjes er vorig jaar (2009) best vroeg waren, maar dit jaar waren ze gewoon een volle maand later en werden zo eind juni de eerste gevlekte gladde haaien gevangen. Houd daar dus rekening mee, als je volgend jaar een poging wilt gaan wagen. Je dient beslist ook rekening te houden met het getijde. Iedereen weet dat je per dag ongeveer twee keer vloed en twee keer eb hebt. Maar ook de stand van de maan speelt mee. Deze is van sterke invloed op het getij. Rond een volle en nieuwe maan is het getij op zijn sterkst (springtij). Tijdens het gieren van zo’n zwaar tij heb je wel wat minder kans, dan bij minder sterke getijden. Haaitjes houden wel van stroming, maar niet van te harde stroming. Wij vangen dan ook de meeste haaien als de stroming er nét inzit en dan ongeveer gedurende twee uur, daarna wordt de stroming te fel. Vervolgens is het weer afwachten tot de stroming minder wordt en dan begint het feest opnieuw. Ik praat nu even voor het vissen vanaf de boot natuurlijk, want daarbij heb je gewoonlijk meer ‘last’ van stroming. Vanaf de kant maakt het niet zo heel veel uit. Hoewel mijn voorkeur bij het strandvissen uitgaat naar de periode van drie uur voor laagwater tot drie uur erna.
 
Hoe?
Hoe je op haai moet vissen, is natuurlijk een belangrijke vraag, maar de grootste vraag is hoe je gerícht op haai kunnen vissen. In onze vorige editie kon je al lezen hoe de Engelsman Dave Lewis aan de overkant van de Noordzee gericht op ‘smoothhounds’ (de Engelse naam voor gladde haaitjes) vist en ook in een recente editie van Hét Visblad kon je vernemen hoe je in Nederland eentje vangt. Nu heeft iedereen natuurlijk zijn eigen manier en als lezer van deze artikelen moet je blij zijn met elke vorm van nuttige informatie. Er blijken ook meerdere wegen naar Rome te leiden, dus bestaan er ook diverse technieken om haaitjes te vangen. En hoe meer mogelijkheden, des te meer kansen! Mijn vismaten en ik vissen op een afwijkende manier. Waarom? We willen zo min mogelijk bijvangst; we gaan 100% voor de haaitjes! Daarbij vissen we zelden of nooit vanaf het strand, maar boeken we een van de charterboten die ’s zomers speciale ‘haaientochten’ aanbieden en precies weten op welke stekken ze daarvoor moeten zijn. Een van de manieren om je vistechniek toe te spitsen op je doelsoort, is door niet met een paternoster te vissen. Vis je met meer dan één haak, dan heb je immers ook meer kans dat een wijting, schar of bot je aas grijpt… Wij vissen op gladde haai, zoals onze vaste schipper René de Back dat in Ierland heeft geleerd, dat wil zeggen: met een lang dwarrellijn, met daaraan slechts één haak. Daarbij hebben we wat ander materiaal nodig dan we normaal gebruiken. Op de montage kom ik straks nog even terug. Vervolgens werpen we het geheel tegen de stroming in (uptide). Daarna geven we heel veel lijn, want we willen dat het zaakje zo dicht mogelijk tegen de bodem aan komt te liggen. Soms geven we wel meer dan dertig meter lijn. Hoe dichter tegen de bodem, hoe beter het is.
 

Montage en materiaal
Dan de montage. Eigenlijk is onze montage helemaal niet zo moeilijk . Iedereen zal hem met gemak kunnen maken. We hebben het volgende nodig: 150 cm nylon van 50/00 Zipslider; kraaltje wartel haak no. 3/0 Je schuift eerst de zipslider op de hoofdlijn van je hengel en daarna een grote kraal en vervolgens knoop je de wartel aan het eind van de hoofdlijn. Aan die wartel knoop je dan je onderlijn van 1,50 meter en daarop de 3/0 haak. Zelf kies ik altijd voor de LS-3113R van Gamakatsu, want ik heb zelden meegemaakt dat de haak diep geslikt was bij dit type. Dat komt waarschijnlijk omdat de steel van de haak anders gevormd is dan bij andere haken. Bovendien heeft deze weerhaakjes op de steel en dat is heel handig met het aas dat we gebruiken. Onze voorkeur gaat uit naar zachte krab, want dat is nu eenmaal het natuurlijke voedsel voor deze haaitjes. De haaitjes die we vangen zijn beslist geen viseters. Je zult best eens een haaitje vangen aan een reepje vis, maar gevlekte gladde haaitjes en gladde haaitjes hebben vooral krabben, heremietkreeftjes etc. op hun menu staan. Ze worden echter ook wel aan grote steekzagers en aan mesheften gevangen, dan vormen die aassoorten een prima alternatief. Wat ik wel aanraad is je aas (behalve de steekzager) te binden met elastiek. Doe je dit niet, dan vliegt het eraf bij de eerste inworp. Bovendien hebben de andere vissoorten er wat minder vat op wanneer het vlees op een kluitje gebonden zit. Verder gebruiken we vrijwel altijd ankerlood en dan nog het liefst met klapankers. Dat zijn dan niet die kleintjes met hun dunne ankertjes zoals je die aan het strand gebruikt, maar wat grovere uitvoeringen met stevige ankers en goed klemmende, grote kralen, zodat ze wat strakker blijven liggen als de stroming sterker wordt. Je kunt dan gaan van 100-150 gram als er weinig stroming staat, tot wel 250-300 gram als het flink stroomt.
 
Positief
Dan de hengel. Als je kijkt naar het zachte aas, het feit dat je een flink eind uptide moet kunnen werpen en de vissoort (een werkelijk prima sportvis, die in relatie tot z’n afmeting verrassend sterk is), dan kom je tot de conclusie dat je een uptider met een stevige body nodig hebt, maar met een vrij zachte top. Zelf vis ik met de uptide hengels van Imax en dan in de klasse ‘4 stroke 10’. Dat wil zeggen dat de hengel tot ongeveer 300 gram gewicht kan hebben. De lengte van deze hengel is drie meter. Die lengte heb je echt nodig. Ik weet eerlijk gezegd niet of deze stok nog gemaakt word, maar mocht je hem een keertje tegenkomen dan raad ik je aan deze met een aan te schaffen. Ik heb zelden een beter hengel in mijn handen gehad en hen ook van heel veel andere vissers uiterst positieve reacties over deze hengels gehoord. Op de hengel heb ik de nieuwe Master molen van DAM geschroefd. Ik ben over deze molens zeer positief en vooral vanwege de slip, die heb je echt nodig bij deze visserij. Op de molen heb ik 15/00 Dyneema gespoeld, maar ook gewoon nylon van 40/00 voldoet prima. Het voordeel van een gevlochten Dyneema lijn is dat de aanbeet nog wat sterker doorkomt en je de dril van de vis beter beleeft.
 

Jaws
Iedere buitenstaander denkt bij het woord haai gelijk aan Jaws, maar haaien van het soort uit die films kunnen we (gelukkig) nog niet verwachten, alles op zijn tijd… Er zijn wereldwijd natuurlijk heel veel soorten haaien, maar de soorten die wij in ons kustwater kunnen vangen zijn op vier van de vijf vingers van één hand te tellen. De meest voorkomende haai hier is de gevlekte gladde haai, daarna volgt de gewone gladde haai, dan de hondshaai en tenslotte zelfs de ruwe haai, die ook al dichterbij lijkt te komen. De lengte van de vissen varieert van 50 cm tot ongeveer 1,50 meter. De Nederlandse records staan respectievelijk op 137 cm (11 kilo!) voor ruwe haai, 143 cm voor gladde haai, 120 cm voor gevlekte gladde haai en 79 cm voor het hondshaaitje. De haaitjes zijn in de regel op hun grootst op het einde van het seizoen. In het begin vang je ze bijna allemaal zo tussen de 50 en 70 cm en pas zo rond medio september komen de vissen van rond de 80 tot wel 100 cm. Tijdens het maken van de foto’s voor bij deze reportage, waren we eigenlijk nog maar net begonnen met ons haaienavontuur van dit seizoen, dus echte supervissen hadden we nog niet. Maar deze vissen zijn stuk voor stuk wel sterke jongens uit de ‘sportschool’! Zelf ga ik meestal mee met schipper René de Back van ms.The Pirate 2. René weet de haaitjes als geen ander te vinden en vindt hij ze niet op de ene stek, dan heeft hij voldoende andere stekken paraat waar je kans maakt. Kijk maar eens op de website www.northseaadventure.nl

Stekken
Tijdens deze reportage aan het begin van het seizoen vingen we met zes man negen haaitjes. Dat is leuk, maar beslist niet opvallend veel. Met een beetje geluk worden er in de loop van het seizoen op één visdag tientallen gevangen. Wij hebben gevist in het bekende Meerkerkgebied, maar er zijn natuurlijk nog meer potentiële stekken. Wat te denken tegen de kering van de Neeltje Jans, terwijl je verder de Oosterschelde op ook kans blijft maken, want ook bij de Zeelandbrug worden ze gehaakt. De haaitjes zwemmen dus ook wel degelijk een flink eind de Oosterschelde op. Vanaf de kant maak je in Nederland de meeste kans aan het strand van de Banjaard in de monding van de Oosterschelde en verder aan de stranden bij Westenschouwen en Zoutelande aan de Westerschelde.
Glimlachen
Tot slot nog een belangrijke tip voor wie nog nooit een haai aan de hengel ving. Wees altijd voorzichtig met het onthaken van zo’n rover. Deze haaien hebben dan wel geen scherpe tanden, maar hun huid is zo ruw dat het de vellen van je huid trekt. Pak een haaitje daarom met leen hand bij zijn staart beet, dan kan hij daar alvast niet meer mee slaan. Gebruik een stevige tang om de haak uit zijn bek te krijgen en gebruik het liefst altijd een schepnet om de haai aan boord te krijgen. Zelf nemen we nooit zo’n haaitje mee naar huis. Waarom zou je ook? Daarvoor zijn ze veel te mooi en te bijzonder. Maak dus liever een mooie foto en zet zo’n haaitje netjes terug in zijn element. Elke keer als je die foto ziet, ga je namelijk opnieuw glimlachen bij de herinnering aan die bijzondere vangst…
 

Corné Marijnissen en René de Back